Traumraum

Nanette Kraaikamp / curator Drawing Centre Diepenheim / NL
Read more >>

Een tentoonstelling met werk van Karen Sargsyan, Lenneke van der Goot, Rozemarijn Westerink, Sebastiaan Schlicher, Charlotte Schleiffert en Stan Klamer.

Toen ik begon na te denken over deze titel Traumraum, dat Droomruimte betekent, en in het bijzonder over de definitie van het woord droom, vroeg ik me af wat een droom nu eigenlijk is. We weten natuurlijk allemaal wel wat dromen zijn, maar echt makkelijk te definiëren of onder een noemer te vatten zijn dromen niet.
In de eerste plaats is het iets dat wij mensen allemaal gemeen hebben en iedere nacht wel vier tot vijf keer schijnen te doen. We dromen weg in een visueel verhaal of flarden van verhalen. Hierover hebben we geen of nauwelijks controle. Onze innerlijke fantasie gaat met ons aan de haal en bepaalt wat we te zien krijgen. Logica, zoals die in de uiterlijke wereld geldt, is vaker niet dan wel aan de orde. Er kunnen de gekste dingen gebeuren, die totaal onmogelijk zijn in de werkelijkheid, maar die in onze droom als een waarheid worden geaccepteerd en evenzo beleeft.

Dromen zijn in dat opzicht een parallelle gelijkwaardige realiteit, een realiteit die op dat moment, namelijk wanneer we slapen, net zo echt is als de realiteit die we ervaren wanneer we wakker zijn. Of we nu vliegen, alles in roze beleven of in een totaal onbegrijpelijke taal communiceren, alles is mogelijk en is op dat moment zoals het is.
Pas als we wakker zijn, ontstaat de behoefte dit alles te duiden en te verklaren. In de oudheid verklaarde men de droom dikwijls als een boodschap van de goden, of als een voorspelling van iets dat te gebeuren stond in de toekomst. Men dacht vooral dat dromen van spirituele, bovennatuurlijke aard waren.

Pas in 1900 ontstond er een nieuwe kijk op de betekenis en herkomst van de Droom. Toen verklaarde Sigmund Freud dat de droom niet als iets goddelijks, maar als iets persoonlijks gezien moest worden. Dromen zouden wel symbolische boodschappen bevatten maar deze zouden volgens hem afkomstig zijn vanuit ons diepste zelf, namelijk vanuit ons onderbewuste. Ze weerspiegelen volgens hem onze persoonlijke al dan niet gefrustreerde verlangens en driften, die diep zijn weggestopt in ons brein. Zijn volgeling Jung voegde aan dat persoonlijke onderbewuste nog het idee van het collectieve onderbewuste toe. Dat collectieve onbewuste zou bij alle mensen gelijk zijn en bepaalde symbolen of archetypen bevatten, zoals die bijvoorbeeld in sprookjes, mythen en in de folklore te vinden zijn en die bij iedere dromer terugkomen, ongeacht zijn of haar achtergrond en cultuur.
Alhoewel dit bekende theorieën zijn, is niets daarvan bewezen. Tot op de dag van vandaag is wetenschappelijk nog altijd niet helemaal duidelijk waar dromen nu precies vandaan komen en waar ze voor dienen, laat staan of ze iets betekenen.

In ieder geval is Freuds psychoanalytische kijk op de droom voor vele kunstenaars de aanzet geweest om dit gebied van de geest en vooral deze geestestoestand in de kunst volop de ruimte te geven. De koninklijke weg naar het onderbewuste zoals Freud dat noemde, was voor kunstenaars een weg naar een oneindige authentieke innerlijke wereld. En dan denk ik hierbij natuurlijk vooral aan de tijd van Dada en het Surrealisme, waarin het irrationele en de vrije associaties volop aan de orde kwamen.

Nu, een eeuw later, zou je kunnen stellen dat kunst en droom nog altijd onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Ook tegenwoordig zijn er nog steeds veel kunstenaars die fantasievolle, surrealistische werelden creëren. Het lijken vooral beeldend kunstenaars die tekenen die meester zijn in het vertalen van hun dromerige gedachten naar een visueel tastbaar materiaal.
Neem bijvoorbeeld het werk van Rozemarijn Westerink. In haar intieme tekeningen kunnen we verdwalen. Hoewel ze klein zijn, wordt je naar binnen gezogen in een labyrint van lijnen, geen hoekje van het papier is zonder inkt gebleven. Het zijn tekeningen gebaseerd op slechts een specifieke plek in de natuur. Een plek die zij door middel van haar herinneringen opnieuw heeft bezocht en gevisualiseerd op het papier, met telkens een ander resultaat. Veel herkenbare elementen vloeien over in vervreemdende resultaten. Door op zoek te gaan naar het ongrijpbare in haar geest, ontstaan immers telkens nieuwe vormen en associaties. Dit proces kun je bovendien mooi in beweging zien in de getekende animatie die zij van dit zelfde onderwerp maakte.

(…)

Het zal duidelijk zijn dat alle kunstenaars die hier nu exposeren op eigen wijze en eigenwijs een nieuwe beeldende werkelijkheid tekenen. De objectieve werkelijkheid is dan ook niet zozeer afwezig als meer visueel omgevormd tot een geheel dat meer gevoelsmatig dient te worden ondergaan, in een staat waarin controle over wat er te zien is je enigszins wordt ontnomen. Het is een subjectieve realiteit die net zo waardevol is als de zogenaamd objectieve werkelijkheid. Als toeschouwer kun je deze dromen gelukkig juist niet goed beredeneren en niet eenduidig verklaren. Ze zijn enkel sterk visueel aanwezig waardoor je je op een onbewust niveau eens kunt verdiepen in de innerlijke wereld van anderen. Iets dat in mijn ogen vandaag de dag waardevoller is dan ooit. Ik wens u dan ook veel ruimte om te dromen toe.



Dream-sailor

Bas van den Hurk / L' Oase / artist's book / NL
Read more >>

I will wear my hair long
My hair long, my hair long
an extension from my heart
I will wear my hair long
- from The Cult's Dreamtime


Rozemarijn is dreaming. She transforms intimate, individual dreams into art works, into animation films. Her dreams are venues of arrival and departure. In her dreams she travels and in her work she takes us with her on her travels. Dreams are the oldest companions for people, they bring us in a trance of unconsciousness. The animation films of Rozemarijn Westerink tell tales in which the extraordinary and impossible play an important role. Tales in which truth is made inferior to the shown strength of the extraordinary. The animation films allow us to wander around in an enchanted world in which we move with an unexpressed but clear destination and in which all circumstances, how accidental they might be, occur itself in a special, to us, recognizable form, so that to every destiny befalls an appropriate course.
Rozemarijn is a dream-sailor. When we look at her work, we're dreaming and we know we're in state of dreaming. In her work we make contact with poetry at a moment in which poetry is still a matter of presence and not of expression.

Concerning their painterly resources, her animation films speak to the imagination as purely as possible, without referring to them as if they would be intended for something else – such as a symbol, or an example. The works are no metaphors nor symbols, they are escapes which have that pleasant feeling that they have rather popped up than have been invented.

Rozemarijn Westerink creates an animistic world in which all elements function within the work as inspired personages. Not only the mermaid, the wolf and the crow, but also the flowers and the grain, for there is no difference between beings and properties in this animistic stage of poetry. The emotions recalled by the animation films refer to that what from childhood on has been put away in one's memory. The first awakening of consciousness of atmosphere in a landscape for example, or an hour of the day, the emotional register of a bunch of light which all of a sudden no longer seems a direct impression but the echo of an impression. It is marvellous how this work answers to that sensitivity which has nothing else but imagination as matter. Almost a pure aesthetic sensitivity or, even better, a pure state of sensitivity. The enigmatic melancholy of the work answers in this way to that melancholy which is still only atmosphere, not experience or conscience yet. It creates purely sensual, by the magic of mis
understood sounds, the strange song of the birds and the crickets, it creates a fading light, that this way falls alarmingly through the branches, that one thinks oneself to remember, perhaps also really remembering.

And yet, a beginning of feeling nevertheless is started: because in this animation films, the first doubt to a happy end arises. We do not know better than, in the end, things will work out. But for the first time something in us might sputter obscurely: was it not more beautiful as long as it was still sad? Doesn't a little girl who is living as a mermaid deserve better than an ordinary fiancé? Isn't the mermaid not more her actual self – a self that carries that melancholic feeling – with an unhappy end?
Because the work of Rozemarijn Westerink does not originate from the genre of wish-dream. Something treacherous always lies in wait. This work is about vague atmospheres and movements yet without moral. This animism will never become more anthropomorphic than that vague, which is indefinable. Neither when we, adults, become aware of the attraction of certain images – for example of a landscape. In its deepest form, it still resembles that unformed state of being. And it is the feeling to that experience that provides the shortest way to a point where one would arrive by way of a reasoned analysis anyway. The feeling of this pure humaneness has been given us as aesthetic receptivity of the earliest beginning.

Images, replaceable through the years, are therefore a key to the impressions which one needs subjectively, and which one always will search for. Admirable in the animation films of Westerink is that they keep their character in this suggestive way, and with such intuitive resources. Her animation films move from key to the state of poetry to pure presence. Here nothing has to and no morality dominates. Here all is innocence; - as the child is – and nothing else.



Review We have a visitor below

Grete Simkute / H Art Magazine / BE
Read more >>

Iets dat zo dichtbij en 'eigen' voelt, maar tegelijkertijd op onbereikbare afstand blijft: de Nederlandse kunstenares Rozemarijn Westerink is gefescineerd door het mechanisme van de herinnering.

Haar eerste solo in kunstruimte Spaceburo omvat de serie tekeningen en schilderijen Garden I en II, waarbij Westerink door haar bezochte of bewoonde landschappen, plaatsen en ruimtes verkent en probeert te materialiseren in zwarte inkt of acrylverf.

Het zijn directe en irreversibele materialen waarin de kunstenares in een jachtige beweging het residu van haar verleden wil vangen. Ze stuit echter op de pertinente onmogelijkheid van deze taak en lijdt aldus controleverlies – steeds opnieuw. Wat haar rest is het opbouwen van een reconstructie door het toevoegen of weglaten van lagen, wat resulteert in zwart-witte, subtiel surrealistisch aandoende verzamelingen van allerhande beeldelementen die desalniettemin vertrouwde gevoelens oproepen omwille van hun flirt met het archetypische.

De link met een droom is snel gemaakt: zo geven de schilderijen op fluïde wijze, met uitlopende verfstreken en hintend aan een collageachtige structuur, vorm aan een vaag tuinlandschap met kassen, houten huisjes, kegelvormige coniferen, zwevende muurtjes en stenen paadjes.
De keline inkttekeningen zijn daarentegen nauwkeurige, gedetailleerde composities, waar haast geen centimeter onberoerd blijft en de dichtheid van natuurbeelden een veilige intimiteit genereert. De gelaagdheid van Westerinks herinneringen komt wonderschoon overeen met het transparante tekenmedium, waarbij geen laag van het werkproces onverhuld blijft: de rand van een zwembad doorkruist een struik, een conifeer geeft nog blijk van de structuur van de stenen muur waar hij voor staat. Deze tuin, met zijn geometrische waterval, en molshopen in plaats van water in het zwembad, toont geen mensen, vertelt geen narratief; zijn werkterrein is het gemoed.

Westerink evoceert wonderwel een stemming van het afreizen naar een plaats in je zijn, waar het beschut vertoeven is, een nostalgie naar wat er (bijna) geweest is (maar niet helemaal), de sfeer van het niet volledig kunnen plaatsen van een herkenbaarheid die er wel degelijk is. Zodoende is het werk niet zo zeer 'donker' alswel 'duister': het is een voorstelling van de mysterieuze flarden en verborgen dimensies van de nevelige reis die de kunstenares maakt door de krochten van haar geest, grijpend naar iets wat alles behalve gegrepen wil worden.








Made possible with the generous support of the Mondriaan Fund Amsterdam

Instagram Facebook

© 2018 Rozemarijn Westerink. All rights reserved.